Remi, 16 februari 1915

Dag Stan. Vandaag is het de verjaardag van ons moeke. Dat was je toch niet vergeten? Zij niet hoor. Het is haar gewoonte niet om er veel drukte rond te maken, maar deze keer hoopt ze zo dat je haar komt verrassen. Dat zou wel plezant zijn. We zien hier bijna niemand meer. Het is ook helemaal niet meer zo eenvoudig om ergens te geraken. De Duitsers hebben een grens getrokken dwars langs onze dorpen heen. Doel, Kieldrecht, Verrebroek, Vrasene, Velle en Nieuwkerken schijnen allemaal aan de andere kant te liggen. Zij horen tot het Etappengebied, wij tot het Gouvernementsgebied. Geen idee wat het wil zeggen, maar die grens steek je niet zomaar over. Zelfs vee niet! Alleen de vogels geraken er zonder problemen over. Overal staan wachtposten en je hebt pasjes en zo nodig. Daarom denk ik dat er niet veel zullen komen vandaag. Zo zie je maar. Vijf kilometer verderop en je bent van elkaar afgesneden. En die langs onze kant… Op Hortense moeten we niet rekenen, en Marie van onze Gust… Nee, die verwacht ik hier ook niet. Misschien moet ik maar eens bij haar langs gaan, vragen of ze iets weet van hem. Ik heb horen zeggen dat hij in Nederland zit, hoe of wat weet ik niet. Dat moet dan wel al een tijdje zijn, want weerbare mannen mogen de grens met Nederland niet meer over. Weerbare mannen, dat zijn die tussen 18 en 45 jaar. En ieder ander heeft een pas nodig. Die pinhelmen met hun passen en hun grenzen ook… Weet je wat Fabrice zegt? Dat die grenzen zo lek zijn als een zeef. Geregeld gaat hij naar Vrasene, naar zijn broer die daar boer is. Die heeft het ook niet gemakkelijk. Zijn akker op Bevers grondgebied kan hij niet gaan bewerken. Voortdurend wordt hij gecontroleerd om te zien hoeveel hooi hij in voorraad heeft, de Duitsers eisen het allemaal op, ook zijn stro. Hij mag niet verkopen wat hij wil, aan lijnzaad voor de eerste zaaitijd geraakt hij niet. Hij weet zelfs niet meer wat hij zijn koeien nog te eten kan geven. Fabrice zegt dat hij me wel eens mee zal nemen. Ik weet niet of dat wel een goed idee is. Langs de andere kant: wat zit ik hier hele dagen te doen? Het kasteel zit vergeven van de moffen, daar heb ik niks meer te zoeken. Ons spaargeld is bijna op; hier en daar klus ik wat bij een boer, maar veel brengt dat niet op. Maar goed, eerst moeke haar verjaardag. Zorgen dat ze zich niet al te alleen voelt vandaag. Misschien springt iemand van de buren wel binnen, Eufrasie of zo. Gelukkig is het weer wat gekalmeerd. Niks dan wind, regen en natte sneeuw hebben we al gehad. Er zijn nogal wat telefoon- en telegraafdraden losgerukt. Al een geluk dat de pinhelmen van tijd tot tijd zelf omver geblazen werden, of ze gaven ons weer de schuld. Morgen naar Cécile. En even langs Marie? Ik zie nog wel. Tot de volgende keer, Stan. Ik wacht nog steeds op bericht van jou.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s