Remi, 24 mei 1916

Ik denk dat ik iets stoms gedaan heb. Het is te zeggen: iets dat slecht kan aflopen. Voor ons allemaal. Waarom wilde ik Cécile ook per se die brieven persoonlijk afgeven? Ik weet dat het beter is dat niemand weet wie het doet. En toch deed ik het. Zo fier als een gieter. “Hier, voor jou. Ik hoop dat je er blij mee bent.” En dat je me eindelijk ziet staan. Vind je me nu geen ferme kerel? Nee dus. Ik ben dom geweest. Ja, ze ziet me staan nu. Iets te veel naar mijn zin zelfs. Ze achtervolgt me. En ze houdt vol. En ik maar mijn best doen om haar te ontlopen. Omdat ik bang ben dat ik anders mijn mond voorbij praat. Omdat ik weer indruk op haar zal willen maken. En hoe kan ik weten of ze te vertrouwen is? Fabrice en Marie hebben het er zo ingehamerd: vertrouw niet zomaar iedereen. Beter nog: wantrouw iedereen. Wees steeds op je hoede. Zeker voor wie je het minst verwacht dat ze je zullen verklikken moet je uitkijken. Je weet maar nooit. Och, Stan, het is allemaal zo ingewikkeld. En zo moeilijk. Ik moet nog zoveel leren. Waarschijnlijk wil Cécile alleen maar brieven terugsturen. Maar ik ben geen postbus. Ik ben alleen maar bezorger. Hoe weten de anderen eigenlijk wie de postbus is? Ik weet het zelf niet. Dat moet ik Marie toch eens vragen. En ondertussen blijf ik Cécile uit de weg gaan. Zij een volhouder? Dan ik ook. Nog even.

2 comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s