Haasdonk

E.H. De la Croix, 16 februari 1916

In Haasdonk is het de afgelopen weken vrij rustig geweest, maar blijkbaar is dat helemaal niet het geval in Prosperpolder. Mijn bronnen die me al eerder inlichtten over de situatie in het streng gecontroleerde grensgebied – en wiens identiteit ik strikt geheim dien te houden – vertellen me dat de Duitse bezetter de grens heeft verplaatst. U herinnert zich wellicht nog mijn berichten over het afsluiten van de landsgrens met een elektrische draad. Welnu, in de nog jonge parochie Prosperpolder is die draad vorige week opgeschoven en wel op zulke wijze dat ongeveer 100 hectare van ons Belgisch grondgebied er nu achter ligt. In dat nieuw uitgesperde gebied ligt de kerk, de pastorij en menige huizen van burgers, werklieden en landbouwers. Mijn confrater, eerwaarde Van Haelst, is samen met een kleine 400 zielen van ons land afgescheiden (en van het overige gedeelte van zijn parochie). Hoe moet dat zo toch verder gaan? Van zodra ik meer informatie ontvang, breng ik u op de hoogte.

E.H. De la Croix, 14 december 1915

De zusters van het klooster hebben een bewogen jaar achter de rug. Ik heb u er al meermaals over bericht. Zuster Tarsilla heeft zich waarlijk geweerd als een duivel. Onze Lieve Heer zal haar dat zeker wel vergeven. Twee maanden hebben de zusters Duitsers te logeren gehad. In die periode hebben ze twee maal geprobeerd ons klooster in te richten als krijgshospitaal. Ze eisten daarvoor met veel poeha al de mooiste zalen van het klooster op. Op geen enkele manier kon zuster Tarsilla hen van dat goddeloze plan afbrengen. Ten einde raad heeft ze zich tot de generaal gewend, die toen in het klooster van de congregatie van Sint-Anna op het Vlaams Hoofd verbleef. Gelukkig, want dat bleek de uitkomst: de moffen kwamen niet af met hun hospitaal en de zusters misten de beleefdheid hen uit te nodigen. Vervolgens zijn ze gespaard gebleven van hun onaangenaam gezelschap.

E.H. De la Croix, 9 november 1915

Niet alleen in Kieldrecht doen de Duitsers huiszoekingen. Ook hier in Haasdonk hebben ze alle wol en koper opgeëist. Wantrouwig als ze zijn, vallen ze af en toe onaangekondigd huizen binnen, steeds op jacht naar koper. Ze hebben ook de afmetingen van de kerkklokken en van de orgelpijpen opgenomen, maar goddank hebben ze die nog niet meegenomen. De zusters zijn tot nog toe van deze huiszoekingen gespaard gebleven – hoewel de soldaten in april vast beloofd hadden terug te keren. Misschien omdat de zusters eetmalen verschaffen aan burgermannen in Duitse dienst?

E.H. De la Croix, 21 september 1915

SC_2015_24_003_Prosperhoeve

De Prosperhoeve was eigendom van Engelbert-Marie uit het adellijk huis van Arenberg (1872-1949). Van oorsprong een Duits geslacht werden de Arenbergs tijdens de Eerste Wereldoorlog verdacht van vijandige sympathieën. Na de oorlog werd Prosperpolder daarom door de Belgische staat onder sekwester geplaatst (collectie Guido Hullebroeck).

Ik liet u in mijn bericht van vorige maand weten dat hier geruchten de ronde deden over een afsluitingsdraad die de Duitsers te Kieldrecht langs de Nederlandse grens hebben geplaatst en over Kieldrechtenaren die uit hun huizen werden gezet. Wel, ik vernam onlangs dat al in de maand juli een gelijkaardige draad in Prosperpolder zou geïnstalleerd zijn. De Duitsers hebben die draad onder elektriciteit gezet. Dat is iets waarmee de meeste van onze mensen nog niet vertrouwd zijn, en daarom levensgevaarlijk! Het fijne weet ik er nog niet van, maar desondanks vrees ik dat het daar aan de grens niet goed zal aflopen …

E.H. De la Croix, 31 augustus 1915

Onrustwekkend nieuws bereikt ons via omwegen vanuit de parochie Kieldrecht, nu gelegen in het Etappegebied. Daar is de bezetter een draad aan het plaatsen, langs de landsgrens met Nederland. De bewoners van de huizen die dicht bij de grens aanleunen, moeten allen ruimen: de woningen worden gebruikt als paardenstallen. Deuren en vensterluiken verdwijnen om te worden gebruikt als brandhout, ook planken vloeren en zolderbalken worden om dezelfde reden weggehaald.

E.H. De la Croix, 1 juni 1915

De Duitse bezetter heeft onze mooie parochie Haasdonk in tweeën gesneden. Loopgraven en versperringswerken scheiden het noordwestelijke gedeelte van onze parochie af van de rest van de gemeente. Deze situatie brengt met zich mee dat de parochianen die in het afgescheiden stukje Haasdonk wonen, niet naar het dorp kunnen en mogen komen. Daarmee houdt het echter nog niet op: deze mensen zien zich daardoor genoodzaakt om hun godsdienstige plichten te vervullen op de vreemde, in Nieuwkerken of op de Velle…

E.H. De la Croix, 22 april 1915

Er is weer schokkend nieuws uit het klooster. Zestien gewapende Duitse soldaten houden er een grote huiszoeking. Ze kammen heel het gesticht uit: zelfs de kapel en het altaar blijven niet gespaard! Vier soldaten, met de bajonet op het geweer, houden aan alle uitgangen de wacht. Ze vergezellen zelfs de zusters die de rang van de schoolkinderen naar het dorp begeleiden.

Zuster Tarsilla deelt me mee dat het Belgische leger het belangrijkste slachtoffer van deze huiszoeking is geworden. Alle instrumenten die de Belgische soldaten bij hun vlucht in het krijgshospitaal hebben achtergelaten – ze zijn gemerkt met het opschrift Service de santé de l’Armée – zijn door de Duitsers aangeslagen. Daar is een koffer bij met gesteriliseerde pansementen en veel materiaal van de brancardiers. Het ergste is misschien wel dat de Duitsers hebben aangekondigd dat ze nog zullen terugkeren. De zusters blijven angstig en ongerust achter … Houdt dit alles ooit nog op?

E.H. De la Croix, 23 maart 1915

Alle parochies die binnen de fortengordel zijn gelegen, zoals Steendorp, Haasdonk en Kallo, maken nu deel uit van het versterkingsgebied van Antwerpen. Dat betekent dat wij in Haasdonk afgescheiden zijn van de rest van het bisdom Gent. Dat maakt deel uit van een gebied dat de bezetter het Etappengebied noemt. Het gevolg hiervan is dat wij niet meer in contact kunnen (en mogen) komen met onze zeer eerwaarde heer deken van Temse. We staan nu onder het tijdelijk gezag van de heer deken van Beveren.

E.H. De la Croix, 9 februari 1915

Het is nu al verscheidene weken zeer stil over Haasdonk. Onze parochianen missen het vertrouwde luiden van de klokken, dat regelmaat en en structuur in hun dagen bracht.

Vandaag heeft Unterhauptmann Grimm zijn draconische maatregel enigszins versoepeld: Frans De Jonghe, onze koster, mag voortaan de klokken weer luiden, weliswaar met enige restricties. Hij mag de klokken vijf minuten laten kleppen voor het begin van de goddelijke diensten … En daarna moeten ze weer zwijgen …

E.H. De la Croix, 19 januari 1915

Officier Grimm, Unterhauptmann van de bezetting, diezelfde Unterhauptmann Grimm die mij en eerwaarde onderpastoor Hylebos op de tweede nieuwjaarsdag in het gemeentehuis heeft opgesloten in een poging te verhinderen dat de brief van kardinaal Mercier tijdens de zondagsmis werd voorgelezen, is naar mijn mening maar een ruwe en botte protestant. Hij kan het geluid van de kerkklokken niet verdragen! En daarom heeft hij vorige week onze goede koster Frans De Jonghe verbod opgelegd om de klokken nog te luiden.

Haasdonk is sindsdien gehuld in stilte …