Remi, 11 juli 1917

Schrik niet, mijn liefste, bij het zien van het adres op deze envelop. Jawel, ik lig in een ziekenboeg, maar al bij al stel ik het goed. Ik leef nog, en zoals je ziet, ben ik zelfs in staat je te schrijven. Ik lig hier omwille van mijn been; het is onder een boom terechtgekomen. Ik was overgeplaatst naar een kamp in een bos. Met hoeveel we daar zaten, kan ik niet zeggen, maar we waren met veel. En we kwamen van overal. Er waren Polen, Russen, Italianen, Belgen. Onze werkdagen bestonden uit twaalf lange werkuren waarin we een weg moesten aanleggen dwars door dat bos. De ene dag moest ik bomen hakken, de andere dag boomstammen wegslepen, de dag daarop stenen kappen en er de weg mee leggen. Het is met het bomen omhakken dat ik me bezeerd heb. Ik begrijp nog niet hoe het kon gebeuren, maar om een of andere reden was ik niet op tijd uit de weg toen de boom omviel. Al met al heb ik geluk gehad; het had heel anders kunnen uitdraaien. Maar laat ons daar niet aan denken, liefste. Ik kom er wel weer bovenop. Laat ons vooruitkijken en aftellen naar de dag waarop we elkaar weerzien. Die dag is niet meer veraf, dat weet ik gewoon. Houd je sterk, Cécile. Tot binnenkort.

2 comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s