Gevaarlijke spelletjes aan den Depot

Het huidige Rijksarchief te Beveren is sedert 1964 gehuisvest aan de Kruibekesteenweg, in de panden van de voormalige legerkazerne van Beveren-Waas. De gebouwen werden opgetrokken tussen 1881 en 1883. In eerste instantie herbergden ze het depot van de 7de en 8ste Linieregimenten. Vanaf einde 1913 gaven ze onderdak aan het depot van de cavaleriedivisie. Niet verwonderlijk dus dat de kazerne in de volksmond al snel bekend stond als den Depot.

Prentbriefkaart van den Depot, verstuurd in augustus 1914 (collectie Kurt Ivens)

Prentbriefkaart van den Depot, verstuurd in augustus 1914 (collectie Kurt Ivens)

In de jaren voor de Eerste Wereldoorlog woonde blokmaker Jacobus Franciscus Smet met zijn echtgenote Maria Leonie Reyns in de Kleine Armstraat (nu de H. Consciencestraat), op een boogscheut van den Depot. Maria Leonie was kantwerkster, maar in hun woning hield ze samen met Jacobus Franciscus ook een herberg open. Op 6 december 1912 beviel ze van een derde dochtertje. De geboorte verliep verre van vlekkeloos en het kindje stierf twee dagen later. De komst van een zoontje op 30 maart 1914 wist het verdriet enigszins te verzachten. De oorlog brak dit nieuwe prille gezinsgeluk echter bruusk af: Jacobus Franciscus werd gemobiliseerd en naar het front gestuurd. Maria Leonie stond alleen voor de zorg over drie kleine kinderen: baby Louis en zijn twee oudere zusjes, namelijk de vijfjarige Maria Germana en de driejarige Paula Maria, geboren op 13 september 1911.

Het gezin Smet-Reyns omstreeks 1917. Van links  naar rechts Maria Germana, moeder Maria Leonie, Isidoor Louis en Paula Maria. In de inzet bovenaan rechts is vader Jacobus Franciscus ingewerkt, op dat ogenblik frontsoldaat. (collectie Kurt Ivens)

Het gezin Smet-Reyns omstreeks 1917. Van links naar rechts Maria Germana, moeder Maria Leonie, Isidoor Louis en Paula Maria. In de inzet bovenaan rechts is vader Jacobus Franciscus ingewerkt, op dat ogenblik frontsoldaat. (collectie Kurt Ivens)

De kleine Paula vond er in de loop van de oorlogsjaren groot plezier in om samen met een hoop andere kinderen uit de buurt te ravotten op het grasveld naast den Depot. In een aangrenzend gebouw hield de Duitse bezetter gevangenen vast. Paula Smet vertelde later graag over Duitse soldaten met pinhelmen die aan de ingang van den Depot op wacht stonden en de gevangenen bewaakten. Deze laatsten hielden de spelende kinderen nauwgezet in het oog en amuseerden er zich mee om hen uit de ramen allerlei prullaria toe te werpen in de hoop dat ze ze zouden oprapen om ermee te spelen. Op dat bewuste graspleintje parkeerden de Duitsers ook hun rollend materieel, waaronder nogal wat karren en wagens. De kinderen zagen hierin intrigerende speeltuigen en hielden ervan de karren te beklimmen, er af te glijden en er van af te springen.

Hoe het precies gebeurd is, kon later geen kind meer navertellen, maar op zekere dag was de kleine Paula nietsvermoedend al spelend onder een rijdende wagen gesukkeld die vervolgens over haar kleine lichaampje reed. De kwetsuren waren het zwaarst aan haar beentjes. Het bloed gutste uit de verwondingen. De Duitse militairen die de wagen verplaatsten, brachten hem onmiddellijk tot stilstand. Ze haalden Paula onder de wielen uit en droegen haar snel het hoofdgebouw binnen. Daar kreeg ze de nodige zorgen toegediend door een Duitse legerarts, die een diepe vleeswonde in een van haar benen vaststelde.

Na het incident schreven de militairen een omstandig verslag van de gebeurtenissen en stuurden dat door naar de plaatselijke Kommandantur gevestigd in het toenmalige kasteel Molenberg in de Zandstraat. Even later werd moeder Maria Leonie bij de Ortskommandant ontboden, wellicht om haar een stevige uitbrander te geven. Daarop kondigde de Duitse bezetter strenge maatregelen af: voortaan was het alle kinderen verboden ook maar in de buurt van den Depot te komen, laat staan er te spelen.

Paula Smet heeft haar hele leven met een ‘gat’ in haar been verder gemoeten, echter zonder dat het haar al te veel hinder heeft bezorgd. Ze is gestorven op 10 maart 1991.

Paula Maria Smet als tienjarig communicantje in 1921. (collectie Kurt Ivens)

Paula Maria Smet als tienjarig communicantje in 1921. (collectie Kurt Ivens)

Paula Smet was de grootmoeder van Kurt Ivens, leverancier van dit verhaal en de bijhorende foto’s.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s