Beveren Bezet

Cécile, 30 november 1915

Dag Eléonore,

vandaag heeft mama me meegenomen naar het Nieuw Geestelijk Hof, hier in de Kloosterstraat. De zusters hebben in hun klooster een bakkerij ingericht. Elke dag worden daar 2800 koeken gebakken voor alle schoolkinderen van Beveren en ook nog brood voor de 130 kinderen van de schoolkolonie (daar zou ik een volgende keer graag eens mee naar toe gaan).

de clippeleerIk ben ook in huize Clippeleyr geweest, aan de Kasteeldreef, waar twee jaar geleden nog een nieuwe school is gebouwd. Dat hebben de zusters aan het Komiteit afgestaan, en elke dag wordt daar een stevig maal bereid voor 300 zwakke kinderen van de parochie. Elke dag om vier uur in de namiddag komen die daar eten. Ik heb hen gezien. Er waren echt uitgehongerde scharminkels bij, met botten die door hun vel staken en vodden die eromheen hingen. Maar zo waren ze niet allemaal. Er waren ook heel nette kinderen bij, met propere kleertjes en een voornaam gezichtje onder keurig gekamde haren.Spijshuis voor zwakke kinderen groepsfoto jongens Spijshuis voor zwakke kinderen groepsfoto meisjes “Soms valt er eentje zomaar van zijn bank,” zei een van de zusters. “Van flauwte. Als je thuis één liter karnemelk, een paar sneetjes brood en twee patatten moet verdelen onder acht kinderen eet geen van hen zijn buikje vol. Zelfs niet als je die patat met schil en al opeet.” Ik wist niet dat het bij sommigen zo slecht gesteld was, Eléonore. Je had hen dan ook moeten zien schrokken. Het getik van hun lepels tegen hun borden, hun gesmak – het klinkt misschien gek, maar het deed me goed. Weet je: we moeten ervoor zorgen dat ze een mooi Sinterklaasfeest krijgen, en een nog mooier Kerstfeest. (Ik ben trouwens eens benieuwd of kardinaal Mercier weer zo’n brief gaat schrijven als vorig jaar.) Is dat niet het minste wat we kunnen doen? Ik heb al enkele ideeën, ik moet ze nog voorleggen aan mama en Elfriede. Ze zullen er wel mee akkoord gaan, denk ik. Hoe zouden ze er nou tegen kunnen zijn? Hoe het ook zij: ik houd je op de hoogte!

Je zus, die vol plannen zit.

Remi, 23 november 1915

We worden nat, Stan. Het dak van ons huis is zo lek als een zeef. Niet te verwonderen ook, met dat slechte weer van de laatste tijd. Ik ben erop gekropen, op het dak, en ook Tist is komen kijken, maar volgens hem is er niet veel aan te doen. Een nieuw dak, dat was alles. En er zijn nog mankementen aan het licht gekomen. Maar voor al die reparaties hebben we het geld niet. En dat met de winter voor de deur. We moeten hier dus weg, Stan. Marie zei dat we voorlopig bij haar konden intrekken, maar daar wilde ons moe niks van weten. Wat is dat toch tussen die twee? Ik snap het niet. Maar goed, na veel vijven en zessen heeft Henriëtte haar goed hart getoond. Ons moe kan bij haar intrekken. Morgen help ik haar verhuizen. Ik mocht ook als ik wilde, per slot van rekening hebben ze plaats genoeg in die boerderij van hen, maar ik wil niet. Een paar maanden geleden zou ik nog gezegd hebben: waarom niet? Maar nu niet meer. Ze komt er wat laat mee aanzetten. Zeg nou zelf: dat zou toch geen doen geweest zijn. DGV 26 bezetting pascontroleZe wonen daar zo ver, aan de andere kant van het dorp, over die fameuze grens met het Etappengebiet. En dat terwijl ik elke dag naar Beveren moet; ik wil mijn job niet verliezen. Nee, ik ga wel bij Marie wonen. Het is klein, haar huisje, maar gerieflijk. En dichter bij het werk. Dan moet ik niet met pasjes en controleposten enzo beginnen, veel moet ik daar allemaal niet van weten. Zodra je denkt: nu heb ik het door, veranderen ze alles weer! De gewone controles op straat zijn zo al lastig genoeg. Maar ik ga wel proberen om ons moe zo dikwijls mogelijk te bezoeken. En af en toe zal ik langs ons huis passeren. Gewoon. Om te zien hoe het er mee is. Het zal zo goed als leeg zijn (de meubels verhuizen we mee), maar een leeg huis, alleen… Je weet nooit wat daarmee gebeurt. En als dit alles achter de rug is, moeten we er toch naar kunnen terugkeren, niet? En als jij plots naar huis zou komen… dan weet je ons wel te vinden, hè? Weet je, ik zal hier een briefje achterlaten. Voor het geval dat. Zodat je niet verloren loopt als het zover is.

E.H. De la Croix, 9 november 1915

Niet alleen in Kieldrecht doen de Duitsers huiszoekingen. Ook hier in Haasdonk hebben ze alle wol en koper opgeëist. Wantrouwig als ze zijn, vallen ze af en toe onaangekondigd huizen binnen, steeds op jacht naar koper. Ze hebben ook de afmetingen van de kerkklokken en van de orgelpijpen opgenomen, maar goddank hebben ze die nog niet meegenomen. De zusters zijn tot nog toe van deze huiszoekingen gespaard gebleven – hoewel de soldaten in april vast beloofd hadden terug te keren. Misschien omdat de zusters eetmalen verschaffen aan burgermannen in Duitse dienst?

Cécile, 6 november 1915

Dag zus,

weet je nog dat ik schreef dat ik meer wilde doen dan enkel tabellen invullen en brieven sorteren? Ik heb mama gevraagd of ik mee mocht helpen bij de soepbedeling. Je zou dat soms eens moeten zien, zo’n soepbedeling! Misschien mag ik volgende keer mee naar de zusters van het Nieuw Geestelijk Hof, hier bij ons in de straat. Op één voorwaarde: dat er niet net een epidemie is uitgebroken, tyfus of mazelen, zoals eerder dit jaar. Toen sloten de scholen zelfs om de besmetting in te dijken. In armere wijken vallen er dan dikwijls heel wat slachtoffers, zelfs doden, vooral kinderen. Mama is zo bang dat ik ook ziek zou worden. Zelfs de moffen zijn er bang voor, voor die uitbraken van besmettelijke ziektes. Daarom kwamen ze aanzetten met verplichte inentingen tegen de pokken. Maar bijna niemand vertrouwde het. “Gif, dat spuiten ze onze kinderen in, ja!” Hoe dan ook: ik kijk al enorm uit naar al die dankbare gezichtjes van die doetjes als ze hun kom soep en hun koek krijgen!

Voorlopig zit ik dus nog tussen de papieren. Ik heb net een kopie van een brief aan de Duitse gouverneur onder ogen gekregen, over de situatie in Melsele. Daar zijn 180 werklozen, en 130 noodlijdende gezinnen. De maandelijkse uitgaven aan werklozen en noodlijdenden bedraagt momenteel 500 frank, evenveel als wat de gemeente in juni heeft uitbetaald aan werklozen voor de werken die ze uitgevoerd hebben. In oktober was dat laatste bedrag al gestegen tot 2500 frank. We kunnen nochtans wat bijverdienen (contant of in bonnen). Blijkbaar zamelen de pinhelmen eikels, kastanjes en beukennoten in; voor die laatste krijg je zelfs 45 Mark per 100 kilo! Om het rotten tegen te gaan, moet je wel zo snel mogelijk laten weten hoeveel je zult inzamelen; dan krijg je de nodige instructies. Waar halen ze het toch?!ca_object_representations_media_66584_lowresdownload (eikels, kastanjes, etc.)

O ja, voor ik het vergeet: Marie-Jeanne (die ken je nog wel, hè?) is bevallen van een flinke dochter. Ze heeft haar Elisabeth genoemd. Mooi van haar, niet? Heel wat minder mooi is hoe sommige andere vrouwen zich gedragen. Tot ’s avond laat zitten die met de pinhelmen te pintelieren en te flikflooien. Nee, Eléonore, niet bij iedereen brengt de oorlog het beste in de mensen naar boven. Hoe zit dat bij jullie, daar achter het front? Kon je het me maar laten weten.

Je zus, die vol verwachting uitkijkt naar haar aanstaande soepbedeling.

http://www.kidscam.be (De Groote Oorlog door Kinderogen, Brussel. In de Soep)

 

Remi, 30 oktober 1915

Marie van onze Gust heeft woord gehouden: ze heeft werk voor me gevonden! Bij bakker Borgeljoen, op de Markt in Beveren, waar zij ook werkt. Ik doe er van alles, ik ren me de benen van onder het lijf, maar ik heb tenminste een inkomen, hoe klein ook. Moeder en ik kunnen er het hoofd mee boven water houden, we hebben het altijd zuinig aan gedaan.Beveren, Markt

Nu ik elke dag in Beveren kom zie ik ook het een en ander. De rijen mannen die staan aan te schuiven aan het gemeentehuis of aan de Broederschool om zich te laten controleren, de zogeheten Meldeamten, bijvoorbeeld. De ene keer zijn het alle mannen die geboren zijn tussen 1885 en 1891, dan weer zijn het alle mannelijke inwoners geboren tussen 1892 en 1897. Ook leden van de burgerwacht moesten zich onlangs aanmelden in de Broederschool. Echt gerust zien die mannen er nooit uit, zoals ze daar staan te draaien en te keren, 20 minuten voor het opgegeven uur, mooi in de rij volgens het nummer van hun Meldekarte – wie weet wat de Duitsers met hen van plan zijn!

Ook triest om te zien: ons geliefde Hof ter Saksen. Het lijkt wel of ze alles kapot willen maken. Het ziet er naar uit dat ze loodsen aan het bouwen zijn, en een spoorlijn aan het aanleggen zijn. Waar kan dat toch goed voor zijn? Het is net als met die pinnekensdraad die ze op de grens met Nederland zetten, daar zit dan nog eens stroom op ook. En ze gaan zelfs tot in de Schelde!dodendraad Schelde dodendraad Scheldedodendraaddodendraad Kieldrecht

Ook op andere vlakken zijn de pinhelmen heel druk bezig: bijna elke week hangt er wel een nieuwe affiche met veroordelingen, zelfs terdoodveroordelingen! Zo was er nogal wat te doen over de executie van die Engelse verpleegster uit Brussel, Edith Cavell. Heb jij daar ook over gehoord? En hier was het laatst nog Alois Van Dam – ken jij die, hij zou van Beveren zijn. Acht dagen gevang kreeg hij, zogezegd omdat hij de telefoonleidingen niet wilde bewaken.54574_ca_object_representations_media_66568_thumb185

Ze vinden altijd wel iets. En altijd moet het in het lang en in het breed uitgehangen worden. Bij het zien van die affiches denk ik wel eens aan Fabrice. Elke keer ben ik bang zijn naam ergens te zien staan, ik heb het al eerder gezegd, ik heb altijd het gevoel gehad dat hij met louche zaken bezig is. Ik concentreer me op mijn werk, en op niks anders. Het leven is zo al lastig genoeg.

E.H. De la Croix, 23 oktober 1915

Affiche 'Seid verschwiegen. Achtung für Spionen!' S.d. (GAB Beveren- Waas, Oorlogsaffiches, WOI_18_13)

Affiche ‘Seid verschwiegen. Achtung für Spionen!’ S.d.
(GAB Beveren- Waas, Oorlogsaffiches, WOI_18_13)

Ondertussen heb ik van mijn bronnen die dicht bij de grens kunnen komen – hun namen mag en kan ik niet prijsgeven, u zult snel begrijpen waarom – meer nieuws ontvangen over de situatie in Kieldrecht. De Duitse tirannen zien blijkbaar overal sporen van mogelijke spionage. Zo bijvoorbeeld zijn alle huizen op Kieldrechts grondgebied van waaruit men de Hollandse grens kan zien, verdacht. De gebouwen die binnen een afstand van 200 meter van de grens staan, zouden zijn ontruimd. Ik heb mij laten vertellen dat naar schatting 1000 inwoners op straat zijn gezet en al hun haardsteden ontmanteld zijn. Intussen doen de gendarmes en ook een soort geheime politie huiszoeking na huiszoeking. Ze zijn op zoek naar koper, wol, etenswaren en naar smokkelaars van briefwisseling naar Holland. Ook naar personen die vluchtelingen over de grens smokkelen. Wee hen die ook maar een papiertje bij zich dragen met de groeten aan een oom of een tante: dat is spionage! Ze vliegen het gevang in, of worden verbannen naar Duitsland!

Gravin Maria, 19 oktober 1915

Kasteel Couthof langs de huidige Couthoflaan gefotografeerd omstreeks 1900. Rond de vorige eeuwwisseling werd het kasteel bewoond door burgemeester baron Raoul Mazeman (Privécollectie; 'Westhoek verbeeldt') http://www.westhoekverbeeldt.be/afbeelding/7828e306-bbc5-11e3-a96f-7f03de76d281

Kasteel Couthof langs de huidige Couthoflaan gefotografeerd omstreeks 1900 (Privécollectie; ‘Westhoek verbeeldt’) http://www.westhoekverbeeldt.be/afbeelding/7828e306-bbc5-11e3-a96f-7f03de76d281

Lieve René,

Ik heb je onlangs een lange brief geschreven, maar ik begrijp uit je kaartje dat je die niet hebt ontvangen. Ik zal er moeten op letten om je meer banale nieuwtjes te sturen, want de censuur wordt hier steeds strenger. En dat is best begrijpelijk, gezien de omstandigheden.

Samen met de baron en de barones de Maeseman – onze buren – zijn wij de enige overgebleven kasteelbewoners in het kleine vrije België. Alle anderen zijn gedwongen geweest te vertrekken. Ik hoop dat we hier tot het einde van de oorlog kunnen blijven!

Mijnheer Simons vertrekt in de loop van volgende week naar het opleidingskamp en Raymond zou hem maar wat graag volgen. Hij is echter nog zo jong (16 jaar en 5 maanden), dus zal je oom zijn best doen hem van dat idee af te brengen. Raymond zelf droomt er echter van om zijn leraar te volgen, helemaal tot bij de artillerie.

Af en toe krijgen we op De Lovie het bezoek van jonge mannen uit Beveren die in de loopgraven zitten. We zien hen heel graag komen, want we leven hier ten slotte te midden van vreemden!

Tante Maria

Raoul Emmanuel Lucio François-Xavier, baron de Mazeman de Couthove (1854-1923), was burgemeester van Proven in opvolging van zijn vader Jules Maziman (1811-1879). Hij trouwde in 1889 met Mathilde van Outryve d'Ydewalle (1867-1945), dochter van senator en volksvertegenwoordiger Eugène-Edouard. (Privécollectie)

Raoul Emmanuel Lucio François-Xavier, baron de Mazeman de Couthove (1854-1923), was burgemeester van Proven in opvolging van zijn vader Jules Maziman (1811-1879). Hij trouwde in 1889 met Mathilde van Outryve d’Ydewalle (1867-1945), dochter van senator en volksvertegenwoordiger Eugène-Edouard. (Privécollectie)