Beveren Bezet
Karl Jenkins: The Armed Men
Een voorsmaakje van de klassieke uitvoering ‘The Armed Men’ van Karl Jenkins. Deze klassieke uitvoering vormt een pertinente aanklacht tegen elke vorm van oorlogsgeweld.
Op zondag 12 april 2015 om 15 uur brengt de Cantorij van de Basiliek Hulst deze voorstelling in de Sint-Martinuskerk van Beveren. Een professioneel kamerorkest en de 40 zangers sterke Cantorij van de Basiliek Hulst voeren u mee op een indrukwekkende reis doorheen de geschiedenis van de Groote Oorlog.
Toegangskaarten: 15 €
Tickets via 03 750 10 00, tickets.tervesten@beveren.be of http://www.beveren.be/tervesten
Remi, 16 februari 1915
Dag Stan. Vandaag is het de verjaardag van ons moeke. Dat was je toch niet vergeten? Zij niet hoor. Het is haar gewoonte niet om er veel drukte rond te maken, maar deze keer hoopt ze zo dat je haar komt verrassen. Dat zou wel plezant zijn. We zien hier bijna niemand meer. Het is ook helemaal niet meer zo eenvoudig om ergens te geraken. De Duitsers hebben een grens getrokken dwars langs onze dorpen heen. Doel, Kieldrecht, Verrebroek, Vrasene, Velle en Nieuwkerken schijnen allemaal aan de andere kant te liggen. Zij horen tot het Etappengebied, wij tot het Gouvernementsgebied. Geen idee wat het wil zeggen, maar die grens steek je niet zomaar over. Zelfs vee niet! Alleen de vogels geraken er zonder problemen over. Overal staan wachtposten en je hebt pasjes en zo nodig. Daarom denk ik dat er niet veel zullen komen vandaag. Zo zie je maar. Vijf kilometer verderop en je bent van elkaar afgesneden. En die langs onze kant… Op Hortense moeten we niet rekenen, en Marie van onze Gust… Nee, die verwacht ik hier ook niet. Misschien moet ik maar eens bij haar langs gaan, vragen of ze iets weet van hem. Ik heb horen zeggen dat hij in Nederland zit, hoe of wat weet ik niet. Dat moet dan wel al een tijdje zijn, want weerbare mannen mogen de grens met Nederland niet meer over. Weerbare mannen, dat zijn die tussen 18 en 45 jaar. En ieder ander heeft een pas nodig. Die pinhelmen met hun passen en hun grenzen ook… Weet je wat Fabrice zegt? Dat die grenzen zo lek zijn als een zeef. Geregeld gaat hij naar Vrasene, naar zijn broer die daar boer is. Die heeft het ook niet gemakkelijk. Zijn akker op Bevers grondgebied kan hij niet gaan bewerken. Voortdurend wordt hij gecontroleerd om te zien hoeveel hooi hij in voorraad heeft, de Duitsers eisen het allemaal op, ook zijn stro. Hij mag niet verkopen wat hij wil, aan lijnzaad voor de eerste zaaitijd geraakt hij niet. Hij weet zelfs niet meer wat hij zijn koeien nog te eten kan geven. Fabrice zegt dat hij me wel eens mee zal nemen. Ik weet niet of dat wel een goed idee is. Langs de andere kant: wat zit ik hier hele dagen te doen? Het kasteel zit vergeven van de moffen, daar heb ik niks meer te zoeken. Ons spaargeld is bijna op; hier en daar klus ik wat bij een boer, maar veel brengt dat niet op. Maar goed, eerst moeke haar verjaardag. Zorgen dat ze zich niet al te alleen voelt vandaag. Misschien springt iemand van de buren wel binnen, Eufrasie of zo. Gelukkig is het weer wat gekalmeerd. Niks dan wind, regen en natte sneeuw hebben we al gehad. Er zijn nogal wat telefoon- en telegraafdraden losgerukt. Al een geluk dat de pinhelmen van tijd tot tijd zelf omver geblazen werden, of ze gaven ons weer de schuld. Morgen naar Cécile. En even langs Marie? Ik zie nog wel. Tot de volgende keer, Stan. Ik wacht nog steeds op bericht van jou.
E.H. De la Croix, 9 februari 1915
Het is nu al verscheidene weken zeer stil over Haasdonk. Onze parochianen missen het vertrouwde luiden van de klokken, dat regelmaat en en structuur in hun dagen bracht.
Vandaag heeft Unterhauptmann Grimm zijn draconische maatregel enigszins versoepeld: Frans De Jonghe, onze koster, mag voortaan de klokken weer luiden, weliswaar met enige restricties. Hij mag de klokken vijf minuten laten kleppen voor het begin van de goddelijke diensten … En daarna moeten ze weer zwijgen …
Daniël Frans Struyf, 7 februari 1915
Met enkele collega’s ben ik vandaag naar Adinkerke gestuurd om er onder het bevel van de Engelsen te werken aan de bouw van een klein veldhospitaal waar de Engelse soldaten hun gewonden de eerste zorgen toebrengen alvorens hen door te sturen naar andere medische faciliteiten. Wij werken er enkele dagen tot grote tevredenheid van de Britse officieren, die ons zeer vriendelijk en goed behandelden en ons van tijd tot tijd snoepgeschenken bezorgen.
Daniël Frans Struyf, 3 februari 1915
Groot nieuws! De oudste klassen 1899, 1900 en 1901 worden vandaag ondergebracht in de hulpgroepen der Genie en zullen voortaan niet meer in de eerste vuurlinie meer moeten gaan werken, althans dat heeft men ons beloofd! Om 11 uur zeggen wij vaarwel aan onze oversten en jongere makkers van de kompagnie pontonniers en gaan over tot de eerste compagnie hulpgroepen der Genie. Voorlopig worden wij in de villa “Spiron” ingekwartierd en blijven wij dus in de onmiddellijke nabijheid van onze vroegere compagnie.
Nieuwpoort: ‘Triangular Wood’
Een beeld van het ‘Triangular Wood’ tijdens de Eerste Wereldoorlog. De naam is afgeleid van zijn vorm. Dit stukje bos bestaat nu nog, onder de naam Littobosje. het is gelegen langs de Canadaan, aan de rechterkant voor wie richting Oostduinkerke rijdt. Was het dit bos waar Struyf moest schuilen voor Duitse bombardementen? http://www.westhoekverbeeldt.be
Daniël Frans Struyf, 26 januari 1915
Om acht uur ’s morgens vertrekt onze compagnie naar Nieuwpoort om gedurende vier dagen medewerking te verlenen aan onze Franse bondgenoten. Er gaan immers geruchten dat de Fransen een groot offensief voorbereiden. Bij ons vertrek uit de Panne wordt de grote steenweg tussen Koksijde en Oostduinkerke opnieuw beschoten. Wij marcheren in een lange rij en laten bewust enkele meters ruimte tussen elkaar. Met veel geluk slagen wij erin om zonder slachtoffers het bos te bereiken, tot plots, een houwitser voor de voeten van mijn voorganger neerploft. Het slachtoffer, een jonge vrijwilliger uit Namen, slaat wild met beide armen in de lucht en valt dood voor mijn voeten neer terwijl zijn oudere broer, die hem voorafging, slechts licht gewond raakt aan de hielen. Wat is het lot toch grillig. Alweer blijf ik wonderlijk gespaard. Mijn strijdmakkers kruipen op handen en voeten naar de meest nabijgelegen loopgracht en ik volg wijselijk hun voorbeeld. Nauwelijks hebben we schutting gevonden of een nieuwe bom explodeert en doodt twee infanteriesoldaten. In alle haast ontvluchten wij de loopgracht en lopen in verspreide rangorde kris kras door het bos. Eindelijk om twee uur komen wij ongedeerd aan in Nieuwpoort. Wij worden ondergebracht in sterke, gewelfde kelders en werken onophoudelijk aan de vlotbruggen die de Fransen desgevallend zullen inzetten in hun aanval op de Duitse stellingen.
E.H. De la Croix, 19 januari 1915
Officier Grimm, Unterhauptmann van de bezetting, diezelfde Unterhauptmann Grimm die mij en eerwaarde onderpastoor Hylebos op de tweede nieuwjaarsdag in het gemeentehuis heeft opgesloten in een poging te verhinderen dat de brief van kardinaal Mercier tijdens de zondagsmis werd voorgelezen, is naar mijn mening maar een ruwe en botte protestant. Hij kan het geluid van de kerkklokken niet verdragen! En daarom heeft hij vorige week onze goede koster Frans De Jonghe verbod opgelegd om de klokken nog te luiden.
Haasdonk is sindsdien gehuld in stilte …
Maria Valeria Van Acker (1907-1914), oorlogsslachtoffertje te Haasdonk
Foto van Maria Van Acker, omgekomen door een Duitse kogel in het schooltje van Haasdonk op 28 december 1914, enkele dagen voor haar zevende verjaardag. Lees ook het verhaal van de familie Van Acker in de reacties op het bericht van eerwaarde De la Croix van 6 januari 1915. (Privécollectie Kurt Ivens)

