Beveren Bezet

E.H. De la Croix, 22 september 1914

Moeder Tarsilla vraagt me u te laten weten dat de zusters hier in het hospice sinds de eerste dag van die verschrikkelijke oorlog onafgebroken in de weer zijn met het verzorgen van zieke en gewonde soldaten. Sinds de bouw van het fort alhier, doet ons hospice dienst als krijgshospitaal. Vorige week lagen hier maar liefst 42 militairen! Helaas is één van hen overleden. Een jongen uit West-Vlaanderen, Romain Lahaye was zijn naam, pas 26 jaar, die bij de artillerie was. Bij de werken aan het fort raakte hij gewond. Ik heb hem voor hij aan zijn kwetsuren bezweek op 12 september, nog het heilig oliesel kunnen toedienen.
Overigens laten die soldaten zich weinig of niets gelegen aan het beoefenen van hun godsdienst. Hooguit twee gaan iedere ochtend naar de mis, en dan sluiten er nog een stuk of wat aan in de mis op zondag. Bedroevend.

E.H. De la Croix, 15 september 1914

De Belgische militaire overheid heeft op het grondgebied van Haasdonk, op een strook grond die loopt van het fort van Haasdonk in de richting van het fort van Steendorp en noordoostelijk naar Kallo, 75 huizen en hoeves onteigend en afgebroken. Alle bomen en gewassen zijn er moeten verdwijnen. De soldaten zijn nu bezig met het aanleggen van versperringen en het graven van loopgrachten. De getroffen bewoners hebben een ander onderkomen moeten zoeken. Veruit de meesten konden terecht in huizen in het centrum van het dorp maar er zijn er ook die uit Haasdonk zijn weggetrokken.

Remi, 8 september 1914

Stan, ik denk dat ik begin te begrijpen waarom je per se tegen de Duitsers wilde gaan vechten. Ons Fien is hier, met haar kleintjes en haar schoonouders. Halsoverkop zijn ze weggevlucht uit Dendermonde; ze zijn heel dat eind te voet gekomen, met de twee kleinsten in een kruiwagen! De Duitsers staken er alle huizen in brand en vermoordden lukraak mannen, vrouwen, zelfs kinderen. Dat zegt ze, en ik geloof haar, ik moet maar naar hen kijken en de schrik in hun ogen zien. Ze willen de grens over, naar Nederland, en nog verder als het moet. Desnoods zwemmen ze naar Amerika, zeggen ze. Zo bang zijn ze. ‘Morgen zijn ze hier,’ zeggen ze steeds weer. En dan die blik in hun ogen. Met moeite hebben we hen kunnen overhalen om toch enkele dagen bij ons te blijven, om wat op hun positieven te komen. Maar gerust zijn ze niet. Misschien moeten we wel met hen mee, Stan? Hoe ik dat moet klaarspelen met moeke en vake weet ik wel niet. Wat denk jij? Wat moet ik doen? Als het echt zo erg is… Overal waar de Duitsers hun kop laten zien gaat het zo, naar ’t schijnt. Voorlopig hebben we er hier nog geen gezien. Zeppelins ook niet, maar na die aanval op Antwerpen zijn we er ook hier bang voor geworden. Belgische soldaten, die zien we hier wel. Veel zelfs. Overal zitten er. Zelfs in het kasteel! Meneer is er niet zo blij mee; ik kijk vooral uit of ik jou nergens zie. Ook bij gewone burgers zijn er ingekwartierd (zo noemen ze dat). En in ’t Geestelijk Hof in Beveren, daar zitten er zo’n kleine driehonderd. Meneer pastoor heb ik horen zeggen dat ze klagen omdat het er te klein is, en dat er niet genoeg stro is, en dat het niet vers is, dat stro. Voor de rest leggen ze loopgraven aan. Vooral langs de weg van Haasdonk naar Temse, van Beveren naar St-Niklaas, van Zillebeke naar Vrasene, van De Keet naar de Vliegenstal. Niet alleen soldaten, ook mannen uit het volk, die worden dan “opgeëist” door het leger. Als het moet breken ze zelfs huizen en boerderijen af. Ja, je hoort het goed. Ik heb het zelf gezien, in Nerenhoek en Klaverenaas, ik moest daar in de buurt zijn. De boerderij van Meersman, je weet wel, die is al afgebroken, en ook die van Heyndrickx. En van Domien Vijt. En nog zeker tien meer. Ook hier in Haasdonk. Allemaal met de grond gelijk gemaakt. Zelfs de boomgaarden moeten eraan geloven. En de struiken. En de gewassen op de velden. Ik hoef je niet uit te leggen dat de boeren daar niet blij mee zijn. En dan graven ze greppels, en leggen er rollen prikkeldraad voor. En vanaf de Vliegenstal tot aan de grens zetten ze alles onder water. Naar ’t schijnt doen ze dat voor de verdediging van Antwerpen. Hier, aan onze kant, is de fortengordel niet af; hier zit een groot gat. Als de Duitsers erin slagen om de Schelde over te steken, bij Temse bijvoorbeeld, of bij Dendermonde (daarom wordt daar zo hard gevochten), kunnen ze via dat grote gat van ons zo naar Antwerpen opmarcheren. En de koning en de koningin zitten daar. Ik heb dat ook allemaal maar van horen zeggen, hoor. Voor de rest begrijp ik er ook niet veel van. Maar als ik naar ons Fien kijk, en naar haar kleintjes, dan weet ik dat die kerels tegengehouden moeten worden. En dan kun jij vlug terug naar huis komen. Swa zou ergens achter Antwerpen zitten, zegt ons Fien. Onze Gust ook. En jij? Als jij daar ook ergens bent, kom je hen misschien wel tegen. Doe jullie best, Stan. Dat doe ik hier ook.

Daniël Frans Struyf, 6 september 1914

Na een korte slaappauze hervatten wij om vijf uur onze weg en komen om 7 uur in Vrasene aan, waar wij in het klooster van de zusters onderdak vinden. Omdat het vandaag zondag is en er geen bijzondere bevelen toegekomen zijn, zijn wij voor het eerst sinds 1 augustus 1914 heel de dag vrij! Met mijn kameraad trek ik naar de commandant om toestemming te vragen om mijn kinderen in Burcht een verrassingsbezoek te brengen. Hij stemt toe maar onder voorbehoud dat ik er op eigen krachten geraak. Als geniesoldaat moet ik mijn plan maar trekken! Wat nu gedaan? Zonder orderwoord geraken wij nergens door. Wij nemen ons geweer vast en vertrekken. In Beveren aangekomen kunnen wij meeliften met een officier zodat wij om één uur aankomen in Burcht tot grote vreugd van vrouw en kinderen!

Daniël Frans Struyf, 5 september 1914

Eindelijk terug op Belgische bodem!

Na een zeetocht van 24 uur kom ik aan in de haven van Oostende waar wij meteen op de trein worden gezet richting Sint-Niklaas. Daar komt onze compagnie aan om 11 uur in de morgen. Onze genietroepen worden ondergebracht in danszaal Flora in afwachting van nieuwe bevelen. Om 5 uur in de namiddag vertrekken we alweer, ditmaal richting Vrasene …

Daniël Frans Struyf, 4 september 1914

Wij bevinden ons op de trein in het station van Darnétal op weg naar Le Havre om vandaar te verschepen naar Oostende. Langs de spoorweg wuiven mannen, vrouwen en kinderen met hun zakdoek en wensen ons een behouden thuiskomst. Zij sporen ons ook aan geen medelijden te tonen met de Duitsers en er zoveel mogelijk uit te schakelen. Opnieuw regent het bloemen en sigarettenpakjes door de vensters van de trein – ook in Rouen werden wij, dappere kleine Belgen, feestelijk ontvangen en overladen met attenties en geschenken -, de kleine kinderkens gooien afscheidskusjes, wat mij aan mijn eigen kinderen doet denken. Mijn ongeduld is groot om opnieuw de vaderlandse bodem te betreden en onze Antwerpse makkers in de strijd te vervoegen. Ik heb ook een voorgevoel dat ik spoedig mijn teerbeminde vrouw en kinderen zal weerzien!

Win tickets voor de voorstelling van Willem Vermandere op 28/9

AfficheStuur een originele reactie naar onze weblogpersonages en win 3 x 2 gratis tickets voor de voorstelling van Willem Vermandere. Deze actie loopt af op vrijdag 19 september 2014 om 16 uur.

Zondag 28 september 2014, Schouwburg CC Ter Vesten, 20 uur

Willem Vermandere zingt al heel zijn leven over de Groote Oorlog. Niet verwonderlijk gezien zijn roots in  de Westhoek liggen. In deze nieuwe voorstelling brengt Vermandere, samen met zijn fijnbesnaarde Talbot- strijkkwartet , een sober herdenkingsconcert. Hartverwarmend en authentiek.