Brieven WOI

Gravin Maria, 8 januari 1917

Mijn lieve René

Ik heb net je brief van 5 januari ontvangen en haast me om je te vragen of je niet graag een briefje naar je ouders zou willen versturen, samen met je portret? Ik maak me sterk dat zij via dezelfde weg een antwoord zouden kunnen laten bezorgen. Ik kan je echter onmogelijk uitleggen welke weg die brieven zullen volgen. Tante Marie-Thérèse heeft me uitdrukkelijk gevraagd daarover discreet en voorzichtig te blijven.
Vooraleer ik je foto naar je mama en papa verstuur, wacht ik dus nog even op een briefje van jou. Let op dat je daarin niets schrijft dat de Moffen zou kunnen achterdochtig maken. Onderteken gewoon met René de Bergeyck en schrijf in de hoek van de eerste bladzijde ‘voor Kat’.
Ooohhh, ik ben zo gelukkig dat ik mag meewerken aan het welslagen hiervan!

Dank je wel voor de brief van sergeant Van Campenhout. Ik heb hem met veel interesse gelezen maar tegelijk heeft hij me intriest gemaakt! Het is verschrikkelijk te beseffen dat je het huis dat de herinneringen bewaart aan je familie, aan je kinderjaren en aan je jeugd, nooit meer zult terugzien.
Het is hier zeer druk, lieve René, en bovendien wil ik deze brief dringend verzenden. Ik stuur je duizend zoenen mee. Weet dat ik alles zal doen wat in mijn macht ligt om de gevolgen van deze vreselijke periode voor jou te verzachten.

Je liefhebbende tante,
Maria

Gravin Maria, 29 december 1916

Mijn lieve René,

Hartelijke dank voor je lieve brief en de heel geslaagde foto’s! Je doet me met beide foto’s een groot plezier! Het is heel lief van je dat je zo geïnteresseerd in onze familienieuwsjes. Ik beloof je dat ik je zoveel mogelijk zal proberen te schrijven om je op de hoogte te houden.
Het vervelende is dat ik nog steeds zo’n uitgebreide briefwisseling moet verzorgen. Een groot aantal van die correspondenten ken ik niet persoonlijk, niet via vrienden, niet via familie, maar ik kan het niet nalaten om hen af en toe enkele bemoedigende woorden te sturen. Die arme jonge mensen zitten gescheiden van hun familie en vrienden en krijgen vaak helemaal geen nieuws van hen. De Belgen zijn zonder twijfel het hardst te beklagen.

Ik mag je niet vergeten vertellen dat ik een klein briefje heb ontvangen van tante Marie-Thérèse met de aankondiging van de geboorte van haar vijfde kind, een vijfde zoon (op 29 november). De brief is niet gedateerd en is eergisteren aangekomen. Ze geeft geen enkel detail over de situatie daar, maar schrijft wel dat iedereen in uitstekende gezondheid verkeert. Als je een klein woordje met je laatste foto naar je lieve moeder en vader zou willen sturen, kan ik dat gemakkelijk proberen via tante M(arie) T(hérèse). Ze heeft me een uitstekende tip heeft gegeven … Maar misschien heb jij ondertussen ook een manier gevonden?

Het kleine kerstfeestje hier is goed verlopen. De sfeer was niet al te somber, ondanks het slechte weer. We hebben de middernachtmis met gezangen gevierd en waren ’s avonds met het hele gezin uitgenodigd voor het diner bij de generaal, de kleine François inbegrepen! Na de maaltijd deelde men speelgoed uit voor alle leeftijden. Je begrijpt dat de kinderen het heel erg naar hun zin hadden!

De generaal is werkelijk charmant. Hij doet er alles aan om sympathiek over te komen. Hij heeft ons al meerdere keren verrast met mooie concerten van soldaten die terug waren van het front. Die concerten vinden plaats in de hal van het kasteel, ze zijn echt leuk.
Ik ken die jongen waar je het over hebt in je brief heel goed. Is dat niet de zoon van Désiré Van Campenhout? Je zou me een groot plezier doen indien je hem nieuws zou willen vragen over de Verbrande Brug. Ik geloof dat alles vernietigd is! Immens treurig …

Om te eindigen stuur ik je mijn allerliefste wensen naar aanleiding van 1 januari, mijn lieve René! De laatste dagen van 1916 vliegen voorbij maar geven ons wat ruimte, misschien als voorbode van de vrede … Een goed teken voor 1917! Ik koester heel veel hoop! Duitsland wil zijn verzwakking niet toegeven, maar voor ons is het de zon die opkomt!

Ik omhels je met al mijn liefde, mijn lieve René.
Je toegewijde tante
Maria

Gravin Maria, 17 december 1916

Lieve René

Duizend maal dank voor je lange brief van 1 december die me heel veel plezier heeft gedaan. Het is zondag vandaag, ik heb wat tijd voor mezelf en wil die gebruiken om een beetje met jou te praten.
Ons leven gaat hier de normale gang die je bekend is, zo nu en dan afgewisseld met een concert gespeeld door soldaten die terug zijn uit de loopgraven, een uitnodiging om bij de generaal op bezoek te komen en boodschappen doen in Poperinge. Dat is het zowat. Ik ga af en toe naar St-Omer met een van die heren die hier iedere week met de auto langskomen. Het is een mooie route, vooral in de omgeving van Cassel. Ik heb je toch al verteld dat Raymond, Joseph en Gérard nu schoollopen in St-Omer? Ze zijn er heel tevreden en lopen hoog op met hun leerkrachten die zeer vriendelijk zijn. Er zijn 374 leerlingen, onder wie slechts een dozijn Belgen. Ze hebben me geschreven dat hun vakantie begint op 30 december.

Heb ik je al verteld dat we de prins en de prinses of Teck (oom en tante van de P.v.W.) hier hebben ontvangen (1)? Ze waren heel charmant voor ons én voor de kinderen. De prinses ziet er jong uit en is erg mooi. Ze was net terug van een verblijf in Spanje waar ze enkele weken heeft doorgebracht bij haar nicht, de koningin (2).

schermafbeelding-2016-12-15-om-21-04-03

De prins en de de prinses van Teck bij een officieel bezoek in april 1914.

Wat denk je van de Franse overwinning? Dat is een goed antwoord op de Duitse rekening! De Engelsen hebben besloten stand te houden en de hele wereld geeft hen gelijk. Het zou ongelukkig zijn nu het toneel te verlaten na al die opofferingen. Bovendien zijn nog niet al hun troepen ter plaatse. Duitsland zal zich hoe dan ook moeten overgeven… daarover bestaat niet de minste twijfel (3).
Ik wist niet dat Georges Cornet in Parijs is? Zijn zijn vrouw en zijn kinderen bij hem? Bezorg me in je volgende brief hun adres, zodat ik Jeanne kan schrijven.

Onze gezondheid is – goddank – uitstekend, evenals onze gemoedsgesteldheid. De kleintjes zijn fel gegroeid en François is onherkenbaar!
Mijnheer Simons verblijft sedert twee maanden in Canteret (4) en is vrij tevreden. Hij wou naar het front vertrekken maar momenteel worden alle aanvragen geweigerd. Vermoedelijk zal hij pas in de lente kunnen gaan. Hij zit er in een speciaal peloton.

Tot ziens, mijn lieve René. Ik stuur je veel liefdevolle zoenen van mezelf, je oom en je neven en nichten in afwachting van je komst. Ik durf je in deze tijd van het jaar niet uit te nodigen, want het leven op het platteland is nu maar triest en eentonig.

Vele lieve groeten,
Je liefhebbende tante Maria

(1) prins Alexander of Teck (1874-1957), broer van koningin Mary van Engeland (1867-1953) en prinses Alice of Albany (1883-1881), dochter van de jongste zoon van koningin Victoria, prins Leopold of Albany, huwden in 1904. In de Eerste Wereldoorlog diende hij als hoofd van de Britse afvaardiging bij het Belgische leger.
(2) Victoria Eugenie (1887-1969), prinses van Battenberg, enige dochter van prinses Beatrice, jongste dochter van koningin Victoria van Engeland, huwde in 1906 met koning Alfons XIII van Spanje (1886-1941).
(3) gravin Maria verwijst hier ongetwijfeld naar het einde van de Slag om Verdun (15 december 1916)
(4) Normandië, Frankrijk

Gravin Maria, 1 december 1916

Mijn lieve René,

Ik besef dat je lang op mijn antwoord hebt moeten wachten en wil me verontschuldigen dat ik je niet eerder heb geschreven! Je weet hoe mijn dagen gevuld zijn! Ze zijn veel te kort, als je het mij vraagt. En mijn correspondentie blijft heel omvangrijk!
Dank je wel voor alle nieuwtjes die je me hebt gestuurd. Je doet me daarmee een groot plezier.
Weet je al dat ik met Alix naar Lourdes ben geweest voor twaalf dagen? In oorlogstijd is het een lange en vermoeiende reis, maar ons verblijf daar heeft ons dat helemaal doen vergeten! Het weer was schitterend en een aantal dagen zelfs heet. De natuur zag er even frisgroen uit als in september. Ik heb veel troost en dankbaarheid gevonden in dat heilige oord, waar iedereen zo ingetogen en intensief bidt! Alle Belgische soldaten die daar vertoefden – en het waren er heel veel – maakten indruk met hun uniform en hun vroomheid. Het klopt wat ze zeggen: het zijn de besten die je daar aantreft.

Heb ik je al verteld dat we bezoek hebben gekregen van onze Koning? Hij heeft een volledige dag op de Lovie doorgebracht. Hij was ontzettend vriendelijk voor ons, interesseerde zich voor het leven hier, bedankte ons voor de gastvrijheid waarmee we hare majesteit de koningin hebben ontvangen en feliciteerde ons met onze moed. ‘Ik hoop’, zo voegde hij eraan toe, ‘dat u hier ook in de toekomst in alle veiligheid kunt verblijven’ en hij wenste ons en de kinderen alle geluk toe.
Toen hij het portret van je grootvader in het salon zag staan, sprak hij met zeer veel lof over hem en vertelde hij dat hij hem zeer goed had gekend.

Jij bent vast en zeker nog niet op de hoogte van het feit dat Raymond, Joseph en Gérard nu in het College van St-Bertin in St-Omer verblijven? Raymond doet de retorica en Joseph zit in de poësis. De school heeft veel leerlingen (375) en alle leerkrachten zijn zeer vriendelijk. Het instituut was gesloten sinds het begin van de oorlog, maar de bisschop heeft het in oktober opnieuw geopend. Van zodra ik hiervan op de hoogte was, heb ik hen ingeschreven. Versailles is ver en moeilijk bereikbaar als gevolg van alle problemen met de paspoorten. Ze voelen zich alle drie gelukkig in St-Bertin en hun leerkrachten zijn voorlopig zeer tevreden.
Bezorg je mij het adres van Benoit van zodra je dat te pakken krijgt? Ik zou hem graag uitnodigen om enkele dagen bij ons door te brengen.
Je oom en je neven en nichten laten me je groeten en ikzelf omhels je met al mijn liefde,

Tante Maria

Cécile, 21 november 1916

Dag Eléonore,

het spijt me, ik had in mijn vorige brief niet mogen uitvallen tegen jou en alle vluchtelingen in Engeland. Natuurlijk hebben jullie het ook niet gemakkelijk. Met verbazing las ik wat je schreef over al die Belgen die er in de oorlogsindustrie werken, ook vrouwen, om bommen en granaten te maken voor het Belgische leger, en hoe ze ziek en zelfs geel worden van de stoffen die gebruikt worden in die munitiefabrieken. Ook van dat Belgische dorp Elisabethville bij Birtley (Noord-Engeland) wist ik niks – daar wonen dus zo’n 7000 Belgen, zowel vluchtelingen als afgekeurde soldaten, in een aparte, houten barakkenstad, en zij werken er in een projectielenfabriek, opgericht door een Waalse industrieel. Dit vond ik wel wrang: de Belgische wetgeving is er van kracht en er wordt betaald met Belgisch geld – dat is heel wat meer dan wij kunnen zeggen! En jij gaat dus geregeld winkelen op Richmond Road, in de Londense wijk East Twickenham: daar staat het vol Belgische winkels. Ook al voor Belgen die werken in een munitiefabriek – hoe noemde je het, Pelabon Works? Ja, ik heb je brief goed bestudeerd, wat zou je willen. Het klinkt zo vrij allemaal; je hebt er echt geen idee van hoeveel geluk jullie in Engeland hebben. Je zou de taferelen moeten zien die zich hier afspelen als de Duitsers onze jongens en mannen oppakken en wegvoeren om voor hen te gaan werken – want daar zijn ze mee begonnen, je kunt het je niet voorstellen. Hopelijk laten ze Remi met rust, ik mag er niet aan denken…

Cécile

 

Gravin Maria, 14 november 1916

Mijn lieve René,

Heb jij ook een brief van tante Phina ontvangen? Ze schrijft me dat oom Charles de documenten voor het verlof van Benoit in Engeland heeft geregeld. Hij heeft haar een lange brief geschreven vanuit Eu, maar vermoedelijk is hij daar nu al vertrokken. Het is niet duidelijk wanneer hij in Folkestone zal arriveren.

In Folkestone is het verschrikkelijk slecht weer. De kinderen hebben er bijna allemaal griep. Niet te verwonderen, want er waart blijkbaar een echte epidemie door de stad.

Oom Charles heeft een positie gevonden bij het Belgisch Consulaat en is zeer tevreden. Om van tante Phina niet te spreken! Blijkbaar vertrekken dezer dagen veel Belgen uit Folkestone. De gemeenschap van uitwijkelingen krimpt er zienderogen.

Florimond smeedt plannen om zich volgende lente bij het leger te vervoegen. Raymond heeft ons verzekerd dat hij eerst zijn humaniora zal afwerken, wat hij ook naar Florimond heeft geschreven. Hij heeft de retorica achter de rug en wil nu in juli zijn baccalaureaat halen.

Ik ben gehaast, ik zal je volgende keer een langere brief schrijven.
Ik omhels je duizendmaal en stuur je kussen en groeten van je oom en alle kinderen.

Je liefhebbende
tante Maria

Remi, 7 november 1916

Het is waar, Stan. Ze roepen mannen op en verplichten hen om voor hen te werken.ca_object_representations_media_66726_lowresdownload Een paar weken geleden hing er een affiche uit, met een oproep voor alle onderstandstrekkers van Sint-Gillis, Vrasene, De Klinge, Meerdonk, Verrebroek en Kieldrecht om zich op 25 oktober om 11 u aan het station van Sint-Gillis-Waas aan te melden, klaar voor een “reis”. Ze zouden weggevoerd worden om voor de Duitsers aan de spoorwegen in het Etappengebied te gaan werken. Op die affiche stond dat een vrije arbeider 40 pfennig per uur zou gaan verdienen, een geschoolde ambachtsman 60 pfennig per uur. Per dag wordt er van hun loon wel 1,50 Mark afgetrokken voor hun eten: 250 gram vlees, 750 gram brood en groenten per dag. Voor een dak boven hun hoofd en een gevulde strozak wordt kosteloos gezorgd. Om de zoveel tijd mogen ze op zondag naar huis komen; ook die reis wordt betaald. Toch gul van de moffen, niet? Wie weigert te vertrekken, krijgt volgende straffen: 3 jaar gevangenis en tot 10.000 Mark boete.

Je kunt je de verbijstering voorstellen. En ook wat de gevolgen zijn. Ik moest meteen aan Fabrice denken; ik heb hem niet meer gezien. Het kan goed zijn dat hij bij de groep werkweigeraars zat die de volgende dag (de 26e) al opgepakt werd en onder gewapende escorte naar Sint-Gillis-Waas werd overgebracht. Ik zie hem nog niet zomaar vertrekken! Of misschien is hij net als veel anderen naar Holland gevlucht, via Doel en Ouden Doel.

Waar dit gaat eindigen, Stan? Ik weet het niet. Soms vrees ik dat dit alleen nog maar een begin is en dat ze binnenkort ook hier jongens en mannen komen opeisen.

En wat ze van plan zijn hier een eindje verderop, daar waar vroeger de Belgische linies lagen, weet ik ook al niet. Maar ook daar is iets op til, Stan. En veel goeds zal het wel niet zijn.

Cécile, 24 oktober 1916

Dag Eléonore,

het is met jaloezie dat ik je brief gelezen heb. Wat een leven hebben jullie daar in Engeland als je dat vergelijkt met hoe wij hier elke dag moeten zien door te komen. Jullie gaan waar je wilt, doen wat je wilt, eten wat je wilt, denken en zeggen wat je wilt, lezen wat je wilt. En de Britse soldaten, die kunnen gewoon op verlof komen, of als ze gewond geraken, thuis gaan herstellen. Daar moeten onze jongens en mannen niet aan denken! Die kunnen zelfs geen brief sturen.

Maar goed, ik wil niet verbitterd doen. Als ik de kans had om in Engeland te verblijven, deed ik het ook. Maar ik geraak zelfs amper in Antwerpen. Gelukkig heb ik Remi. Wat een lieve jongen is dat toch.

Laatst vertelde hij me dat er hier wat verderop van alles aan de hand is. Het is te zeggen: al in juli eisten de Duitsers alle ongebruikte spoorwegstaven op en moesten de boeren hun prikkeldraad inleveren. Eén draad mochten ze houden om weiland met koeien af te rasteren. En nog in juli is Sint-Niklaas overgegaan van het Etappengebiet naar het Gouvernementsgebiet. Ook dat moet iets te betekenen hebben, volgens Remi. En al die opeisingen van werklozen ook. Maar wat precies is ons nog niet duidelijk. Jij daar, in Engeland, die kranten kunt lezen die niet gecontroleerd worden door de moffen, weet jij soms meer? Laat het me dan maar snel weten.

Je zus Cécile

Gravin Maria, 10 oktober 1916

Mijn lieve René

Ik ontving net een brief van tante Phina uit Folkestone. Ze heeft het erg druk waardoor ze haar correspondentie af en toe noodgedwongen verwaarloost. Ze stuurt me vooral nieuws over je verlof in Engeland. De hele familie was zo gelukkig omdat je vooraleer je naar Londen vertrok enkele dagen – veel te kort – bij hen hebt doorgebracht. Blijkbaar heb je in Londen verlenging van je verlof gekregen, zodat je er langer dan voorzien bent kunnen blijven. Je hebt je tijd er vast en zeker goed weten te gebruiken. Ben je ondertussen al terug in Auvours? Stiekem zijn we allebei gelukkig dat je deze maand nog niet naar het front kunt vertrekken. We hopen dat je nog een tijdje in Auvours zult moeten blijven. Egoïstisch van ons, dat is juist, want je zult je ongetwijfeld veel gelukkiger voelen aan het front. Maar wij vrezen voor je veiligheid daar, dat begrijp je wel.

Gérard is vorige week uit Folkestone vertrokken en is ondertussen weer thuis: hij was zo opgetogen ons terug te zien! Blijkbaar denken oom Charles en tante Phina er ernstig over na om naar de Lovie te komen. Ze zouden zonder veel moeilijkheden aan de nodige toelatingen kunnen geraken. Wat een vreugde zou dat zijn: elkaar terugzien na drie lange jaren van scheiding! In ieder geval zien ze er erg tegen op om een derde winter op vreemde grond door te brengen.

Tante Phina maakt zich ook zorgen over Benoit: hij laat niets van zich horen… Evenmin heeft ze nieuws uit het vaderland, het leven moet er zeer moeilijk zijn. Zelf probeer ik berichten te verzenden via tante Madeleine, misschien lukt dat wel.

Ik omhels je met al mijn liefde en stuur je eveneens vele zoenen van je oom en nichten en neven.

Je liefhebbende

Tante Maria

Cécile, 19 september 1916

Beste zus,

dank voor je brief. Nu weet ik eindelijk hoe je in Engeland verzeild bent geraakt. Ik denk dat het een wijze beslissing van je was; het was een unieke kans en je bent er veiliger dan in Proven. Ik ben wel jaloers op je. Jij ziet nog wat van de wereld. Had ik Remi niet, dan kwam ik zelfs dit dorp niet meer uit. Ja, ik ben weer op stap geweest met hem; het is zo plezant, echt waar. Remi is heel voorkomend, grappig en slim op zijn manier. Ik bedoel: hij is zo op de hoogte van wat er om ons heen gebeurt. Dat vind ik toch wel bewonderenswaardig; simpel is het allemaal niet.

Tuinierende weeskinderen in het park van het kasteel ter Gaever te Beveren tijdens de Eerste Wereldoorlog, Arcief de Bergeyck, collectie John Buyse

Tuinierende weeskinderen in het park van het kasteel ter Gaever te Beveren tijdens de Eerste Wereldoorlog, Archief de Bergeyck, collectie John Buyse

Gisteren ben ik gaan helpen tuinieren bij de wezen van Ter Gaever; ook dat is best plezant.

En gravin Josephina van Cortewalle komt dus geregeld op bezoek bij je nieuwe mevrouw? En René, haar zoon, is naar het front vertrokken? Vroeg of laat moet iedereen er aan geloven, blijkbaar. De volgende keer dat je gravin Josephina ziet, moet je haar maar zeggen dat ze vlug naar huis moet komen. Hun tuinier doet wat hij kan, maar veel is dat niet. Onlangs nog is er een piano uit het kasteel gehaald, en nog niet zolang geleden is de stoomketel van de verwarming vervangen. Het ergste van al is dat ze van Cortewalle een casino voor de officieren aan het maken zijn. Kilo’s kolen worden daar afgeleverd, zodat zij het er knus en warm hebben (wij zullen wel bevriezen naast de stoof!). Enfin, dat wordt toch verteld. De moffen hebben in elk geval onze winkel leeggehaald en heel onze voorraad naar het kasteel laten overbrengen. Voor een habbekrats natuurlijk. Pa liep er slechtgezind bij, maar hij durfde niets te doen of te zeggen. Misschien maar best ook. De veroordeling van burgers gaan maar door: voor het bezit van verboden (reis)duiven, voor het bezit of het vervoer van brieven, voor “verspieding”, voor oorlogsverraad, voor het roepen van een verwensing naar een vrijwilliger voor Duitsland. Hoor jij daar iets van, in Engeland? Schrijf me maar gauw een nieuwe brief, waarin je vertelt over alles wat je daar ziet en hoort en meemaakt.

Je nieuwsgierige zus Cécile