Beveren Bezet

Cécile, 10 augustus 1915

Dag zus,

moet je nu wat weten? Heel deze oorlog is onze schuld! Tenminste, dat beweert keizer Wilhelm. Hij heeft heel deze toestand nooit gewild, de volledige verantwoordelijkheid ligt bij de vijand. Wij dus. Dat noem ik nog eens durven. Net of wij dit wilden! Je zou eens moeten zien hoe we eraan toe zijn na één jaar oorlog, tien maanden bezetting. In Beveren alleen al zijn er meer dan 3000 mensen afhankelijk van steun van het Komiteit; het bureel van Weldadigheid vangt er nog eens zoveel op. De kleinere instellingen van weldadigheid, zoals Vincentius a Paulo en de Kleine Familie, werken niet meer door geldgebrek. Veel ouderdomspensioenen worden niet meer uitbetaald, en de handel en de nijverheid liggen op hun gat zodat er elke dag nieuwe werklozen bij komen. Ik ken de exacte cijfers niet van buiten, maar ik heb de lijsten gezien en ze zijn lang. Ik vul ze nu zelf in, die lijsten. Mama heeft werk voor me gevonden bij het Komiteit. Ik help zowat hier en daar, een paar uur in de week: ik klasseer de briefwisseling met het Komiteit van Antwerpen, waar wij van afhangen, ik sorteer de aanvragen voor uitbetaling van achterstallige vergoedingen, ik vul de lijsten van bedeling aan. Papierwerk dus. Later vertel ik je er wel meer over, ook over het Komiteit. Nu moet ik afronden, ik moet bijna vertrekken. Waar houd jij je dezer dagen zoal mee bezig?

Liefhebbende groeten,

Cécile

Gravin Maria, 2 augustus 1915

Mijn lieve René

Nieuws uit Folkestone: de jongens zijn met vakantie en amuseren zich te pletter, ondanks het minder goede weer. Het badseizoen in Folkestone komt maar niet op gang. Er is nochtans veel volk aanwezig dat hoopvol de zon afwacht, dat voelt tante Phina aan de lijve en dan vooral aan de prijzen van de levensmiddelen die maar blijven stijgen.

De beslissing is gevallen, schrijft tante Phina. Ze blijven nog enkele maanden in Engeland, en kijken uit naar een nieuwe – grotere – villa. Ze hoopt te kunnen verhuizen in september of oktober. De broer van hun keukenmeid heeft acht dagen verlof bij tante Phina en oom Charles doorgebracht en heel binnenkort verwachten ze hun dienstknecht, die bij de 1ste jagers te paard is. Uit Beveren is er helemaal geen nieuws. Van je familie evenmin. Gelukkig maar dat jij je grootmoeder uit Nederland af en toe hoort!

Veel liefs van ons allen,

Tante Maria

E.H. De la Croix, 27 juli 1915

Enkele honderden Duitse soldaten bezetten onze parochie. ’t Varieert, maar onder de vierhonderd is hun getal nog niet gedaald. De officieren betrekken de grootste en schoonste huizen. De soldaten zijn ingekwartierd in het fort maar het grootste gedeelte heeft zijn intrek genomen in het dorp, in de patronage, in de zondagschool en in de jongens- en de meisjesschool. Een klein aantal vindt een onderkomen bij burgers.
Over het algemeen, dat moet ik toegeven, zijn ze niet kwaadaardig, maar het zijn dronkaards en vrouwenliefhebbers. En dat zet veel kwaad bloed bij onze parochianen!

Remi, 23 juli 1915

incident 21 juli 1915Stan, weet jij wat er bedoeld wordt met “groene bladeren met of zonder opschrift”? Ik sta hier weer zo’n affiche te lezen, een bevel van graf von Westarp, Generalleutnant und Etappeninspecteur, en ik ben bang dat ik het niet al te best begrijp. Het dragen, uitstallen en verkopen van de Belgische kleuren, dat begrijp ik, en beeltenissen van de koninklijke familie, dat ook. Maar die groene bladeren met of zonder opschrift? Dat is dus allemaal verboden. Ordelinten of ordetekens dragen ook. Je riskeert gevangenisstraffen tot 5 jaar en een geldboete tot 5000 Mark. En weet je waarom? Omdat er twee dagen geleden, op de nationale feestdag, heel wat met Belgische vlaggetjes zouden hebben rondgelopen, of helemaal uitgedost op hun zondags zijn gaan wandelen. Naar ’t schijnt zijn er in Antwerpen massa’s mensen bloemen gaan leggen aan het koninklijk paleis op de Meir en bij het standbeeld voor Leopold I. Dat hoor ik hier net vertellen. “Overdrijven en uitdagen” is dat volgens de Duitsers. Het kan aan mij liggen, maar ik heb er niet veel van gezien. Hier is alles nogal rustig gebleven, vind ik. Ja, er waren wat winkeliers die hun winkel hadden gesloten, met rolluik ervoor en al, en dat mocht niet, het moest een gewone werkdag zijn. En jij? Heb jij iets gezien of meegemaakt of gedaan dat “overdrijven en uitdagen” is? Kon je het me maar laten weten.

Daniël Frans Struyf, 21 juli 1915

Nationale feestdag. Ik ben er zeker van dat deze dag meer gevierd wordt in het bezette land als hier bij ons aan het front want onze compagnie moet de hele dag door werken. Nochtans wordt om 11 uur in de voormiddag het Te Deum in de kerk uitgevoerd, en wat ons verwondert, wij arme frontsoldaten worden niet vergeten want wij krijgen elk een gevulde doos met Engelse tabak. Deze geschenkdoos is versierd met de Belgische driekleur en wordt met het Belgische vaandel omring. In sierlijke letters staat geschreven: Eendracht maakt macht.

Cécile, 16 juli 1915

Zus, ik heb er even over gedaan, maar ik heb net een besluit genomen: ik ga me inzetten voor de gemeenschap. Ik ga mama en Elfriede helpen met het Komiteit – ik moet het hen nog zeggen, ik vond dat jij het als eerste mocht weten, ik weet niet eens of ze iets met me kunnen doen. Maar dat zal wel, er is zoveel werk! Desnoods ga ik bij de veldpolitie die burgemeester Pypers heeft opgericht. De bedoeling is dat die veldpolitie bestaat uit boeren en dat ze gezamenlijk hun velden gaan bewaken. Er wordt zoveel gestolen. Naar ’t schijnt zakken ze zelfs vanuit ’t Stad af om onze velden te plunderen. En het ziet er niet naar uit dat de Fritzen daar veel tegen gaan doen. Daarom moeten wij het doen. Want zo kan dat niet verder, dat begrijpt iedereen. Langs de andere kant sluiten de pinhelmen ons dan weer op. Zo ziet het er tenminste naar uit. Ik heb horen zeggen dat ze op de grens in Prosperpolder een elektrische draadversperring aan het bouwen zijn, en dat ze van plan zijn dat over de hele lengte van de grens te doen. Weet jij daar iets van? In elk geval was er onlangs een verordening van opperbevelhebber Albrecht von Württemberg die zegt dat het voortaan verboden is nog schriftelijke mededelingen van welke aard dan ook, zoals brieven en kranten, over de Belgische grens te brengen. Bouwen ze daarvoor dat elektrische hek? Wie weet, misschien ligt daar nog een toekomst voor mij! Je ziet het, zus, ik ben niet van plan om me te laten wegzinken in eeuwig geklaag en gezeur. Na een jaar niksen en me wentelen in zwartgallige gedachten, ga ik eindelijk weer iets doen! Als je de komende tijd dus niet veel van me hoort, weet je waaraan dat ligt. In ieder geval: tot later, en houd je goed! Cécile

Daniël Frans Struyf, 14 juli 1915

Het derde peloton van onze compagnie moet vandaag vertrekken van Leisele naar Houtem en ik ga mee. Alle dagen moet ik om 3 uur opstaan om in Leisele bevelen te komen opnemen. De eerste dagen gaat alles goed maar al gauw wordt duidelijk dat de compagnie aldaar ons tracht te bedotten met de uitdeling van levensmiddelen, tabak en sigaretten. Ik probeer iedereen zo tevreden mogelijk te stellen maar mijn kameraden beginnen te klagen en er zijn er zelfs enkele die durven beweren dat ik onze rantsoenen zelf in mijn zakken steek. Om verdere lasterlijke beschuldigingen te voorkomen, besluit ik onze luitenant Waucquez in te lichten. Op mijn aandringen gaat de luitenant zelf naar de intendance om onze rantsoenen te verifiëren en inderdaad ik krijg gelijk: onze compagnie ontvangt niet wat ons hoort toe te komen. Onze luitenant bekomt bij de officier-payeur dat de auto met levensmiddelen voortaan eerst langs Houtem passeert om onze waren te leveren vooraleer door te rijden naar Leisele.  Wanneer de volgende dag de auto eerst langs Houtem passeert, blijkt hetzelfde probleem opnieuw de kop op te steken: de camion is slechts half geladen met levensmiddelen. Verwonderd springt luitenant Wacquez op zijn rijwiel en rijdt naar de magazijnen van de compagnie. Daar aangekomen verricht hij samen met luitenant-kommandant Salkin een grondig onderzoek. De waarheid komt al gauw aan het licht. Het zijn de magazijniers van de compagnie die zich schuldig maken aan diefstal van legergoederen. Deze openbaring zorgt voor heel wat ophef maar gelukkig is mijn naam gezuiverd.

 

Maria Cornet d’Elzius de Peissant, 10 juli 1915

Liefste René

Ik heb net een brief ontvangen van tante Phina uit Folkestone. Net zoals ik, is ook zij heel erg bezorgd om jou, want om het leven in een kamp zoals Auvours aan te kunnen, heb je een ijzersterk gestel en een stevige moraal nodig. Is dat na twee maanden kampleven nog allemaal intact? Noch in Folkestone, noch in Proven hebben we enig nieuws van je ouders ontvangen. Heeft je mama je misschien rechtstreeks kunnen bereiken?

Tante Phina en oom Charles hebben een brief ontvangen van Richard, de hoofdtuinier van Cortewalle en Ter Vesten. Hij kijkt uit naar hun thuiskomst. Volgens hem is het in Beveren heel rustig, hoewel het er krioelt van de Duitsers! Tante Phina en oom Charles weten werkelijk niet wat te doen. Ofwel terugkeren begin september, ofwel een tweede winter in Folkestone doorbrengen? Een verlenging van hun ballingschap lijkt hen helemaal geen aantrekkelijk idee. De definitieve keuze zal wellicht afhangen van wat de andere Belgen in Folkestone beslissen te doen, schrijft tante Phina. Ze verwacht dat velen van hen voor de winter naar het vaderland zullen terugkeren. Misschien volgen ze dan wel?

Een stevige omhelzing van ons allemaal,

Tante Maria

Maria Cornet d’Elzius de Peissant, 30 juni 1915

Lieve René,

Wij krijgen op De Lovie geregeld bezoek van Belgische officieren. Ze zijn hier zeer welkom, want wij leven hier nu al 15 maanden volledig afgezonderd van de rest van België.
Wij zijn omringd door ruïnes. Gelukkig heeft het bombardement van Poperinge tot nog toe weinig schade veroorzaakt maar toch zijn de burgers vertrokken, uit angst voor wat gebeurd is met Ieper. Daar is niet één onbeschadigd huis meer te vinden. De brokstukken bedekken er de lijken: het is afgrijselijk.

Sinds oktober hebben we heel veel soldaten op het domein: Fransen, Engelsen, militairen verbonden aan het hoofdkwartier, personeel van de ambulancediensten, en ga zo maar door. Ook op dit ogenblik zit alles vol. Er hangt hier heel veel animo in de lucht.

Van bommen zijn we tot nog toe gespaard gebleven, afgezien van de explosie van een grote granaat die net voor het kasteel neerviel en een massa shrapnels alle kanten van het terrein opstuurde. Als souvenirs van die vermaledijde oorlog.

Tante Maria

 

E.H. De la Croix, 29 juni 1915

Ik heb u enkele weken geleden al bericht gezonden over de onfortuinlijke toestand van de splitsing van onze parochie en de nieuwe grens tussen het zogenaamde etappegebied en het generaal-gouvernement. Gelukkig duurde die droevige situatie slechts korte tijd. Onlangs ontvingen wij een pas. Daarmee mogen de parochianen uit het etappegebied weer naar het dorp komen. Ikzelf en de onderpastoors mogen met onze pas diezelfde parochianen bij hen thuis bezoeken en troosten. Toch worden wij nog steeds beperkt in onze bewegingsvrijheid: wij mogen de grenzen van de gemeente met het etappegebied niet overschrijden.